nswer: Natuurlijk komt hier dan ook de vraag naar voren "waar verslaving nou vandaan komt." Is het een lichamelijke ziekte, is het een psychisch probleem of is het alleen maar een zwakke houding, een gebrek aan ruggegraat? In meer wetenschappelijke termen: komt verslaving door opvoedings- en omgevingsfactoren of door een erfelijke aanleg?
En eigenlijk sluit je het antwoord al uit door de vraag op deze manier te stellen. Als je vraagt: "òf het één, òf het ander" dan mis je dus de mogelijkheid dat het allebei een rol speelt. Daarmee maak je er een keuzevraag van die dus nooit beantwoord kan worden.
Kinderen van alcoholisten bijvoorbeeld hebben vaker last van het zogenaamde 'behavioural undercontrol'. Dat maakt dat zij vaak meer moeite hebben met taken waarin zij zelf een verandering moeten aanbrengen in gedrag dat ze al eerder begonnen waren. Het is voor hun soms moeilijker om als het ware "over hun eigen schouder mee te kijken naar de dingen die ze doen" en daardoor hebben zij sterker de neiging om maar door te gaan met een bepaald soort gedrag waarmee zij nou eenmaal begonnen waren. Zelfs als het eigenlijk verstandiger zou zijn om dat gedrag maar te stoppen (denk hier even aan de alcoholist die eigenlijk ook wel weet dat ie beter kan stoppen maar die het lastig vindt om daadwerkelijk op te houden) dan lukt het vaak nog niet om het gedrag te veranderen. Zelfs op heel jonge leeftijd is bij deze kinderen al te merken dat zij minder sterk reageren op een verandering in een bepaalde rij van dezelfde tekentjes. Als er bijvoorbeeld in een rij van O-tjes ineens een X opduikt dan reageren zij daar minder sterk op dan andere kinderen.Dit soort onderzoeken laat zien dat het zeer waardevol kan zijn om in een aantal gevallen de zogenaamde verbale therapieën heel goed de aanvulling kunnen gebruiken van een medicamenteuze aanpak.
Dit is zelfs meetbaar in hun hersengolven. Er is zelfs in de hersengolven terug te zien dat de reactie minder sterk is als bij kinderen van niet-alcoholistische ouders (voor de mensen die zich hiervoor interesseren: In het EEG is de P300-piek bij veranderingen kleiner bij de kinderen waarbij één van de ouders alcoholist was; dit weerspiegelt mogelijk de manier waarop de aandacht kan worden gericht).
Verder ervaren kinderen van alcoholisten het effect van alcohol vaak als heel erg prettig, prettiger waarschijnlijk dan voor andere mensen waarschijnlijk dan voor andere mensen*)note. Iets dat natuurlijk het risico op alcoholmisbruik weer verder in de hand werkt. En hier wordt het al onduidelijk: is dat nou echt alleen maar omdat zij meer drankzucht zij in hun genen hebben of hebben zij meer gespannen zijn geweest in hun jeugd (de jeugd van kinderen van alcoholisten krijgt vaak nogal deuken) zodat alcohol een prettige ontspanning vormt. Het is inmiddels wel duidelijk dat er bijvoorbeeld in de gezinnen van alcoholisten duidelijk meer angst heerst dan in gezinnen waar beide ouders niet aan alcohol verslaafd zijn.
Ook onderzoek naar de chemie in ons lijf laat zien dat er verschillende lichamelijke reacties zijn op middelengebruik. Relatief recent is bijvoorbeeld het onderzoek naar het G-eiwit dat erfelijk bepaalde afwijkingen kan hebben. Hoe groter de afwijkingen, hoe groter de kans op alcoholisme. Wanneer beide ouders afwijkingen op dit D-eiwit hebben, dan heeft hun kind een nog grotere kans op verslaving.
Maar eigenlijk was dat al wel langer bekend.
Het vuurwater van de blanke mens heeft het laatste restje van de Indiaanse cultuur bijna om zeep geholpen. Natuurlijk zaten er in de manier waarop de blanken met hun Indiaanse medemensen zijn omgegaan ook genoeg sociale redenen om vergetelheid te willen zoeken. Maar ook toendertijd was al wel duidelijk dat de Indiaanse medemens iets anders doet tijdens het ontgiftigingsproces na het drinken van alcohol dan de blanke. Dat maakte hun gevoeliger voor het gebruik van alcohol en het vergrootte de kans op een alcoholverslaving.
Natuurlijk is alcoholverslaving veruit de meest voorkomende, de duurste, schadelijkste en sociaal maatschappelijk meest ondermijnende drug. Dus daar is dan ook veruit het meeste onderzoek naar gedaan. Maar er is geen enkele reden waarom soortgelijke mechanismen niet voor andere drugs zouden werken op een vergelijkbare manier.
En terwijl aan de ene kant een kind van een alcoholicus meer spanningen oploopt is het aan de andere kant óók nog eens zo dat in het voorbeeld van de ouders waarschijnlijk dingen missen. Eigenlijk iedere verslaafde ouder geeft hun kinderen het voorbeeld dat je spanningen kunt 'wegwerken' door te drinken of verslavende middelen te gebruiken.En we vergeten vaak hoe belangrijk het voorbeeld is, dat de ouders geven. Maar als je als kind nooit meemaakt dat jouw ouders op een gezonde manier van mening konden verschillen maar dat altijd één van de twee begon te gebruiken, dan wordt het later lastig om op een opbouwende manier meningsverschillen te hebben uw echtgenoot/echtgenote. Voorbeeld doet volgen: vroeg geleerd is oud gedaan. En dus aan de andere kant: als het niet vroeg is geleerd dan is het 'oud' niet zo makkelijk om het te doen.
De kip-eivraag wordt nog gecompliceerder als we bedenken hoe de kans op verslaving in de hand kan worden gewerkt door de manier waarop iemand in het leven leert te staan. Door een samenspel van opvoeding en aanleg hebben sommige jongeren persoonlijkheidskenmerken als 'sensatiegerichtheid' en 'verminderde gedragscontrole' die het risico op verslaving sterk vergroten. Al was het alleen al omdat mensen met dergelijke eigenschappen eerder geneigd zijn om de platgelopen 'normale' wegen te verlaten en eens te kijken in 'andere' subculturen, andere groepen. Juist die zoektocht naar 'het andere' maakt dat je druggebruik (op verschillende manieren) natuurlijk makkelijker tegenkomt.
Het is dus al niet eenvoudig om eenduidig vast te stelen wat nou eigenlijk een [definitie van verslaving] zou kunnen inhouden omdat het een probleem met zoveel facetten is, laat staan dat een kip-ei-vraag te beantwoorden zou zijn. Er zijn dan ook vele wetenschappelijke onderzoeken die de verschillende kanten van verslaving onderzoeken. Die wetenschappelijke onderzoeken zijn natuurlijk belangrijk om steeds beter te begrijpen wat er allemaal speelt zodat we in de toekomst verslaving zoveel mogelijk kunnen voorkomen. Maar voor de mensen die op dit moment verslaafd zijn is het belangrijk om te kijken naar de situatie zoals die nu eenmaal op dat moment is. We moeten werken met de gegevens van dit moment en aan de slag gaan om de verslaving in de hand te krijgen en de boodschap uit alle verschillende onderzoek moet toch zijn dat verslaving een groot aantal verschillende kanten heeft waar tegelijkertijd aan gewerkt moet worden. En belangrijk is dat het vaak niet eens zo belangrijk meer is waar het nou vandaan komt. Als verslaving een vicieuze cirkel is geworden, als de verslaving zijn eigen oorzaak vormt, dan heeft het meestal niet zo veel zin meer om in het verleden te gaan graven naar 'die ene oorzaak' (als die er al was). Het is vaak veel produktiever om te gaan kijken wat u daar in de toekomst aan wilt gaan [veranderen]. En uit al het wetenschappelijk onderzoek wordt zeker duidelijk dat u breed naar uzelf zal moeten kijken. Als iemand een verslaving de baas wilt worden (en op de lange termijn de baas wilt blijven) dan zal deze aan veel verschillende dingen aandacht moeten schenken... Misschien wel aan méér dingen dan u op het eerste gezicht zou denken.
Duidelijk is dat we de juiste vraag moeten stellen. Vragen we òf het één, òf het ander dan zullen we ook de oplossingen aan één zijde zoeken. En dat is misschien wel jammer. Soms leren mensen niet werkelijk met hun (erfelijk bepaalde) problemen omgaan doordat zij ze opnieuw met medicamenten verdoven. Inzichtgevende therapie had dan misschien geleid tot een betere omgang met de medicatie. Nonverbale therapievormen hadden misschien geholpen om [meer gevoel voor de spanningen] te krijgen die uiteindelijk voor terugvallen zorgden. De gedachte dat er een stofje is in pilvorm dat er voor zorgt dat de verslaving aan een stofje (uit een fles) gelijk weg zal zijn... Soms blijven mensen de oplossingen van hun problemen in stofjes zoeken.
Aan de andere kant kan een medicamenteuze aanpak som de trek verminderen of kan het de verslaafde helpen om zijn [achterdeurtjes] te sluiten òf kan het de onderliggende [psychiatrische problemen] helpen verminderen zodat er voldoende rust & ruimte in het brein ontstaat om überhaupt iets te hebben aan een (non)verbale therapie.
Stellen we een òf-òf-vraag dan gaan we er aan voorbij dat er regelmatig gevallen zijn
Auteur (Copyright): Hans R. J. West
| zelfhulp diskette "ik en mijn verslaving - self management" |
Mag ik je mijn nieuwe project van harte voorstellen:[http://www.stopookmetdrinken.nl], ook wel bekend onder [CompuCoach Self Management Alcohol]...
Nog niet helemaal af maar serieuze bezoekers zijn welkom voor een testfase!
These pages, and all contents, are Copyright © 1996-2005 by
(New Media), Utrecht, Holland.
All rights reserved.
| Wegwijzer op deze HelpDisk |
![]() HelpDisk.nl |
|
| Home-page van deze HelpDisk | ||
| Inhoudelijke vragen |