Een populaire term: 'burnout'. Cynici zeggen dat het een alleen maar een modediagnose is en dat er van een beetje werken nog nooit iemand is doodgegaan. Mensen die de diagnose terecht hebben gekregen weten dat de ervaring heftig kan zijn en dat het een hele periode van gerichte aandacht kan kosten (let op! hier staat niet "hard werken") om de noodzakelijke stappen te gaan zetten wanneer je jezelf 'opgebrand' voelt.
"Oude wijn in nieuwe zakken" zeggen de ouderen die ooit ernstig overspannen zijn geweest en inderdaad ontloopt deze klassieke diagnose de huidige 'burnout'-diagnose niet zo heel veel*)note. Maar er zijn meer namen voor te geven. Veel mensen met de diagnose burnout hebben duidelijke [hyperventilatieverschijnselen]. Maar nu hyperventilatie voor veel mensen inmiddels een soort 'besmette diagnose' is geworden is dat ook een naamgeving die weinig populariteit meer heeft. Chronische moeheid hoort erbij wanneer je jezelf door werkzaamheden hebt laten uitputten. Depressie is ook een label dat een aantal overeenkomsten kent met de overbelastingsverschijnselen in een wat verder gevorderd stadium. De heftigheid waarmee een aanrijding of een val kan uitwerken op een lichaam dat toch al nauwelijks in evenwicht was dat kan ook nog wel eens verwarrend werken wanneer te lichtvaardig met de diagnose 'whiplash' gezwaaid wordt.
Ondergetekende geeft aan dit soort klachten vaak de naam "overbelastingsklachten" want hoe de precieze benaming nou is, ik geloof dat dit er lang niet altijd veel toe doet wanneer er wat gedaan moet worden aan dit soort klachten.
Een andere valkuil waar mensen regelmatig in stappen bij het zoeken naar een oplossing is de vraag: "waar komt het vandaan?" Waar het wèl om draait bij de behandeling is dat duidelijk wordt waar de klachten door worden opgeroepen en dat is vaak een hele andere vraag dan de vraag naar het eerste begin. Alhoewel ik weet dat ik hiermee de nodige therapeuten tegen de haren in strijk; die zoektocht naar "de oorzaak" is mijns inziens vaak weinig nuttig. Sterker nog zij komt vaak voort uit de voor-bewuste wens om het gehele proces omkeerbaar te maken en te willen 'genezen', zodat weer mogelijk wordt wat vroeger mogelijk is geweest...
Dat klinkt voor veel mensen naar; "burnout is niet te genezen" maar dat is zeker niet wat ik zeg. Aan de andere kant is "terug naar vroeger" ook zelden een oplossing.
Wanneer je hetzelfde doet wat je altijd deed...
gaat er mis wat er altijd mis ging...
H. West (tegen zichzelf)
Inmiddels is wel meer bekend over de vraag welke mensen een verhoogd risico lopen op burnout. Het zijn bijna altijd mensen zijn met een hoog plichtbewustzijn en een extreem hoog verantwoordings- en plichtsgevoel.
- Verontschuldigd u zich vaak voor uw collega, schaamt u zich of probeert u uw schaamte weg te lachen met grappen?
- Dan is de kans redelijk dat u een hoog streefniveau heeft...
Maar er is toch wel meer over te zeggen:
Ook de leeftijd speelt een rol. Mensen die ouder zijn dan 45 hebben een grotere kans, terwijl de mensen die jonger zijn dan 35**)note een kleinere kans hebben. Mogelijk heeft dit te maken met het gegeven dat wij in onze maatschappij zo veel waardering hebben voor de jeugdigheid dat veel mensen in deze levensfase zich er maar moeilijk bij neer kunnen leggen dat hun mogelijkheden toch minder worden of op een andere manier groeien dan zij van zichzelf verwachten. Mid-life problematiek lijkt bij een aantal van mensen met 'burnout' wel degelijk een rol te spelen.
Hier kom ik later nog op terug.
Burnout wordt over het algemeen als een 'witteboorden-ziekte' gezien, de 'blue collar' werkers hebben mogelijk door de hogere lichamelijke component in hun werk meer kans om evenwicht te herstellen in hun leven. Een andere overweging is wel dat mensen met meer fysiek werk eenvoudigweg lichamelijk overbelast raken en dan dus ook lichamelijke klachten krijgen.
Zeker de groep mensen die hun gevoel van overbelasting proberen uit te stellen door overmatig gebruik van middelen zijn de mensen die de burnout misschien een tijdje met een verslaving kunnen camoufleren maar die uiteindelijk, juist omdat middelengebruik toch ook lichamelijk zijn tol eist, een volwassen burnout over zich afroepen.
De geestelijke overbelasting bij burnout wordt juist ook vaak gezien bij werkzaamheden die veel contacten met andere mensen met zich meebrengen. Met name het onderwijs en de zorg scoren hoog. Waarschijnlijk omdat de werkers in deze sectoren duidelijk het appèl voelen om hard te werken omdat zij zien dat hun werk het leven van andere mensen direct beïnvloedt.
Dit wordt door mensen ook vaak ervaren want onderzoek laat zien dat mensen die een hoge werkdruk ervaren ook vier maal zoveel kans op burnout-klachten als mensen die geen hoge werkdruk ervaren. Schaufeli drukte dit uit als: "bevlogen mensen die hun grenzen niet kennen".
De belangrijkste factor om burnout te ontwikkelen in een mensenleven is, als gezegd, de persoonlijkheid. Toch zijn er een hoop "bevlogen mensen die hun grenzen niet kennen" die géén burnout ontwikkelen op hun werk. Dat heeft mogelijk ook te maken met de 'gezondheid van de werkplek'. Zo lijkt het optreden van burnout omgekeerd samen te hangen met de steun die mensen vanuit hun (werk)omgeving ontvangen. Hoe mìnder steun, hoe gróter de kans op burnout.
Daarbij is enerzijds de professionele steun van (bedrijfs)psychologen of -psychiaters van belang. Aan de andere kant is echter de intercollegiale steun belangrijk. Zeker wanneer werkzaamheden op een enigszins traumatische manier intensiever zijn geweest dan anders, of wanneer een periode extra hard moest worden gewerkt of veel worden overgewerkt, dan zijn er veel werknemers die hun nood niet aangeven omdat zij bang zijn om als "watje" te worden weggezet. Dat zij daar later de wrange vruchten van plukken omdat zij onvoldoende hun hart hebben kunnen luchten over deze ervaringen, dat is op dat moment nog niet te zien. Wanneer juist collega's eens navragen of de periode zwaar was, of de ervaring heftig, dan is de kans kleiner dat men zichzelf als zwak inschaalt.
Gebrek aan autonomie op uw werkplek is ook een belangrijk 'hulp' om burnout-klachten te krijgen. Hoe meer mensen in allerlei regeltjes zijn ingepakt, hoe groter de kans op burnout wordt. Hier komt waarschijnlijk het risico van administratief werk om de hoek. Ook de mensen die klem zitten in een middenmanagementfunctie lopen wat dit betreft risico's.
Werkzaamheden staan tegenwoordig ook steeds minder op zichzelf. Veel werk is vandaag de dag ingebed in een keten. Daardoor is het nooit 'af'. Dat maakt het moeilijker om rust te ervaren. Een oplossing is natuurlijk om jezelf emotioneel van het werk te dissociëren en het als een soort onwerkelijke film aan je voorbij te laten trekken (de oplossing van veel lopende-band-werkers) maar de meeste werkzaamheden van deze tijd staan dat eigenlijk niet echt meer toe. Communicatie staat immers regelmatig centraal in het werk en dat is toch moeilijker als je jezelf 'uit' hebt staan.
Dan is er is nog een belangrijke 'hulp' om in de overbelastingsspiraal te komen. Als mensen proberen om hun eigen persoonlijke onzekerheden regelmatig te compenseren door succes in hun werk. Dat helpt enorm om op te branden.
Die persoonlijke onzekerheid wordt namelijk nooit echt gevoed door werksuccessen. Dat is ook wel logisch als we bedenken dat complimentjes voor onze successen immers niet zo leuk aankomen als we ons er eerst helemaal krom voor hebben gewerkt. En daarbij ga ik er nog even aan voorbij dat mensen nou eenmaal lang niet zo complimenteus zijn als wij graag zouden willen.
De term is afkomstig van de Amerikaanse psychoanalyticus Herbert J. Freundenberger. Hij herkende in 1974 een syndroom bij mensen die zich opgebrand voelden door hun beroep en gaf hier toen de naam 'burnout' aan.
De kern van dit syndroom was dat deze mensen overbelast waren in hun beroep, niet een beetje, niet eventjes maar zij hadden zich langdurig ingespannen voor hun beroep tot ver voorbij hun draagkracht. Welke klachten daarbij op de voorgrond komen te staan dat verschilt per persoon. Dit soort overbelastingsklachten zijn individueel.
Inmiddels is burnout een term die niet alleen tot betaalde beroepen is beperkt. Ook mensen in niet-betaalde functies kunnen zichzelf zodanig overbelasten dat van burnout kan worden gesproken. Alleen opvoedende ouders van probleemkinderen, mensen die in de vrijwillige sector werken, partners of andere [mantelzorgers] van ernstig zieken.
Mensen met een burnout-syndroom hebben in ieder geval last van een sterke psychische vermoeidheid***)notemaar vermoeidheid is niet hetzelfde als burnout... Burnout is heftiger.
Burnout wordt bijvoorbeeld door de professor organisatiepsychologie Schaufeli wel beschreven als een psychologische toestand die zich behalve de negatieve vermoeidheid kenmerkt door een gevoel van verminderde competentie in het werk en zelfs cynisme inzake het werk.
Nou is dit waarschijnlijk van toepassing op een kleine 5% van de beroepsbevolking en zoveel mensen zijn er niet met deze diagnose. Vermoed wordt dat sommige mensen onder behandeling zijn maar dat vele anderen voortploeteren en/of evenwicht zoeken door de schijnbare rust van drank of drugs. Dan is er daarnaast waarschijnlijk ook nog een groep die hun klachten lichamelijk 'vertalen' en zo aan de nodige broodrust proberen te komen. Begrijp mij goed, ik bedoel dit absoluut niet cynisch, ik denk dat de hoos van onbegrepen en moeilijk te definiëren klachten voor een gedeelte door dit mechanisme verklaard wordt.
Rust is een noodzaak geworden.
Hier geven wij een aantal behandelmogelijkheden en een aantal aspecten die bij de behandeling van burnout belangrijk kunnen zijn. Ga niet te veel zelf rommelen maar zoek contact met een professional die u kan ondersteunen. Maar het kan wel verstandig zijn om de volgende dingen in het achterhoofd te houden.
Veel mensen met overspannenheids-, of overbelastingsverschijnselen herkennen de eerste verschijnselen niet. Slapeloosheid, een opgewonden gevoel, hartkloppingen, snel huilen, angst & onrust, vermoeidheid, stramme en gespannen spieren, piekeren, besluiteloosheid en verminderde concentratie, veel roken of drinken, een periode van onderpresteren zijn allemaal normale stressverschijnselen. En het zijn waarschijnlijk signalen dat 'de lawine onderweg is' maar ze zijn op zichzelf nog geen onderdeel van het burnout-syndroom. Dat soort klachten worden pas werkelijk alarmerend als zij gewoon doorgaan, terwijl de stress-situatie inmiddels is afgelopen of wanneer de klachten heel regelmatig als hinderlijk worden ervaren.
Overigens is er over de slapeloosheid nog wel het een-en-ander te vertellen. Voldoende slaap is namelijk een belangrijke voorwaarde om met stress om te kunnen blijven gaan. Dat wordt geïustreerd bijvoorbeeld door de ervaren Compernolle in het blad Psy:
- Als je te weinig uren slaap maakt
- dan moet je niet gaan zeggen dat je last van stress hebt.
- Theo Compernolle
Wanneer mensen niet herkennen dat er sprake is van (dreigend) burnout dan is de kans dus groot dat zij ook niet actief worden om aan een oplossing te werken. Wanneer de klachten bijvoorbeeld lichamelijk worden vertaald dan is het ook heel makkelijk om niets te doen aan de werkomstandigheden, maar bijvoorbeeld slechts boos te worden op de artsen die maar niet met een goeie therapie komen. Wanneer de motivatie van de bevlogen werknemer langzaam wordt gewurgd door de bureaucratie van de organisatie, wanneer targets consequent worden opgehoogd als er mensen zijn die ze halen en wanneer de groeiende klachten worden weggewuifd met "da's voor watjes", dan gaan mensen langzaam uitdoven of zij zullen plotseling afknappen. En de oplossing wordt alleen maar onduidelijker wanneer zij gestimuleerd worden om te zoeken naar een medisch-achtige diagnose.
Hierbij wil ik overigens niet bepleiten dat alles maar gepsychologiseerd moet worden. In de zorgsector is soms zichtbaar dat mensen ook een degelijke hernia nog 'psychisch' weten te maken.
Over het algemeen blijkt dat mensen nogal eens baat hebben bij vormen van cognitieve gedragstherapie. Dit soort therapievormen lijken met name goede resultaten te geven omdat mensen met burnout nogal eens last hebben van denkfouten. Denkfouten over het belang van werk, denkfouten over het belang van de wensen van andere mensen, denkfouten over vermoeidheid en over omgaan met spanning... er zijn, wanneer je de tijd neemt om daar wat beter bij stil te staan, vaak legio [irrationele gedachten] rond werk, verantwoording, prestatie & draagkracht.
Verder heeft cognitieve gedragstherapie de gunstige aandacht voor gedrag in zich. Niet alleen wordt er ingegaan op denkstijlen (piekergedrag en zo) maar ook het dagelijkse gedrag krijgt voldoende aandacht en niet alleen alle theoretische overwegingen maar juist ook het dagelijkse gedrag is een belangrijk aspect in de behandeling. Wanneer je jezelf anders gedraagt en wanneer je andere dingen meemaakt dan is de kans het grootst dat je jezelf anders gaat voelen. Denken over mogelijke oplossingen is meestal al langdurig en vruchteloos gedaan voordat iemand besluit dat hulp inderdaad wenselijk is.
Leer ook weer om wat meer naar jouw eigen impulsen te luisteren. Het kan energie geven om daar wat meer naar te luisteren. Val niet in de valkuil die nogal wat workaholics de das heeft omgedaan: "eerst werken dan kan ik mij straks belonen". Nee, ook spontaan genieten van een impuls is belangrijk. Het is natuurlijk wel belangrijk om op te blijven letten voor de verslavende schijnoplossingen. Als je een impuls hebt om het enorm 'op een drinken te zetten' (net als gister) dan is de kans groot dat die impuls niet moet worden gevolgd maar moet worden vertaald. Bij voorbeeld een vertaling naar een andere gezondere manier van ontspannen of een andere manier van afstand nemen. Of misschien had je wel zin in een kick: misschien zijn er wel andere kicks dan gebruik.
Nou wil ik ook nog wel eens meemaken dat mensen die weer een klein beetje energie beginnen terug te krijgen de impuls krijgen om weer enorm aan de slag te gaan...
Het zal duidelijk zijn dat het soms voor de meer compulsieve klanten een hele verademing kan zijn wanneer zij een (tijdelijk) verbod hebben gekregen van hun begeleiders om hun energie aan werkzaamheden uit te geven.
Als gezegd, geen twee mensen met burnout hebben precies hetzelfde (ziekte)verloop meegemaakt. Daar zal in de therapie ook aandacht voor moeten zijn.
Toch zijn er wel dingen te herkennen die de meeste mensen hebben meegemaakt.
Slapeloosheid bijvoorbeeld. De meeste mensen met overbelastingsklachten hebben zeker één periode van slapeloosheid meegemaakt, vaak beginnend met een periode waarin zij maar moeilijk in slaap konden komen. Dat hoeft niet altijd even duidelijk te zijn geweest want met een beetje geluk (geluk?) kan het zijn dat de vermoeidheid van een dag werken zo groot was dat je 's avonds bekaf omviel, of dat je zo lang doorwerkte in de avond dat zelfs jij het wel logisch vond dat je niet gelijk in slaap viel. Of met een beetje pech heb je dat voor jezelf gemaskeerd met een hoeveelheid alcohol of jointjes voor het slapen. Maar veel mensen herkennen achteraf dat het definitieve moment van overbelasting werd aangekondigd door slaapproblemen. Zeker wanneer problemen met inslapen beginnen om te slaan in problemen met doorslapen dan is dat een goed moment om voor jezelf nog eens alle prioriteiten op een rij te zetten.
Vrijwel iedereen geeft ook achteraf aan dat zij last hebben gehad van een periode van concentratiestoornis. Voor de therapie is het ook belangrijk dat dit (h)erkend wordt maar deze klacht is nog niet eens altijd zo makkelijk te zien bij jezelf. Het is voor een computer die niet goed werkt ook moeilijk om te diagnosticeren dat er iets mis is.
- Concentratiestoornissen kan je vaak herkennen wanneer het moeilijker wordt om jezelf te ordenen, als je ineens merkt dat bepaalde taken moeilijker worden. Mensen kunnen zich niet meer zo lang achter elkaar in een probleem verdiepen of zij kunnen niet meer zo diep doordenken over een probleem.
- Mensen met concentratiestoornissen werken meestal niet langer georganiseerd maar in toenemende mate associatief. Zo zal je zien dat deze mensen geen taak afmaken maar van de ene associatie naar de volgende schuiven zodat er steeds meer taken naast elkaar komen te liggen. Dat wordt nog extra vermoeiend omdat deze manier ervoor zorgt dat er steeds meer "ballen tegelijkertijd in de lucht gehouden moeten worden."
- Pas dus op voor lijstjes! Zeker de lijstjes van de dingen die je gisteren niet af hebt gekregen. Dat zijn namelijk hele 'degelijke' manieren om jezelf op spanning te houden (en op die overbelasting af te stieren). Je ziet namelijk iedere keer weer wat je nog had moeten doen.
Daar hoort ook bij dat je respect ontwikkelt voor jouw eigen persoonlijke signaaltjes. Afhankelijk van jouw persoonlijke 'zwakke schakels' zal jij jouw persoonlijke manier hebben om op chronische negatieve stress te reageren, iedereen reageert anders. De één krijgt last van zijn maag, de ander wordt kortademig of depressief of angstig. Iedereen heeft zijn eigen signalen waar hij of zij op zal moeten leren reageren. De een moet bij duizeligheid beslissen dat ie wat rustiger aan gaat doen. Een ander zal herkennen dat het echt de hoogste tijd wordt om morgen een vrije dag op te nemen als onrustige dromen maken dat hij midden in de nacht wakker schrikt.
Natuurlijk is het heel verleidelijk om de nodige rust nog even uit te stellen "tot morgen" (en dan ook weer naar morgen) maar dat is niet altijd zo respectvol tegenover jouw lichaam dat jou middels deze signalen laat weten dat je aan het einde van jouw Latijn aan het raken bent.
Daarbij kunnen eventueel ook de arbeidsrelaties worden betrokken. Het feit dat iemand zijn medewerkers ervaart als een bedreiging of een vijand kan allerlei achterliggende redenen hebben... maar voor hetzelfde geld is het alleen een gevolg van de overbelasting. Signaaltjes kunnen ook emotioneel of relationeel zijn. "Wanneer het vijanddenken weer toeslaat moet ik echt op korte termijn rust nemen." kan een realistischer aanpak zijn dan een aanpak die dieper ingaat op deze manier van denken. "Ik merk dat ik weer bang wordt dat ik een serieuze aandoening heb; het is tijd voor vitamine V(akantie)" is vaak reëler dan een lichamelijke speurtocht naar niet bestaande klachten of een speurtocht naar angsten. Ook angst kan een signaal zijn van een dreigende overbelastingssituatie in het brein.
De meeste psychiatrische klachten worden voor het 30-ste levensjaar duidelijk. Dit pleit ervoor om niet burnout onder de 'normale' psychiatrische klachten te categoriseren. Daar vandaan komt een verder pleidooi voor een benadering in de therapie die er niet op gericht is om mogelijke problemen in de opvoeding centraal te stellen. Maximaal kan er aandacht aan gegeven worden als een 'zwakke schakel'. Immers, veel mensen zijn opgevoed met hoge verwachtingen aan [hun loyaliteit naar hulpbehoevenden (mensen die met mensen werken) en werkgevers]. Heel nobel natuurlijk maar een beetje een handicap wanneer je jouw grenzen wilt aangeven op het werk.
Dat pleit ook voor een benadering in de therapie waarbij aandacht voor het verleden niet onbelangrijk is maar waarbij het lang niet altijd noodzakelijk, of zelfs wenselijk, is om de jeugd therapeutisch uit te gaan pluizen. De klachten zijn later in het leven verworven. Belangrijker zijn de dingen die nodig zijn om weer op te starten en/of nieuwe keuzen te maken.
- *)het verschil tussen overspannenheid en burnout
- Een belangrijk verschil zien we terug in de gemiddelde duur van de beide aandoeningen. De duur van de burnout is over het algemeen langer. Dat heeft alles te maken met het gegeven dat de overspannen medewerker veel vroeger begint te twijfelen aan de eigen capaciteiten en daardoor gaat deze ook minder lang door met het ondermijnen van zichzelf. De aanstaande burnout-cliënt die even afgemat en opgedraaid is die geeft niet op, die gaat nog even door of gooit er zelfs nog een schepje bovenop...
Dat maakt dat het beeld er uiteindelijk anders uitziet maar de weg er naartoe heeft wel heel veel overeenkomsten.- ...terug naar de tekst
![]()
- **)jonger dan 35
- Dit pleit er niet voor dat burnout onder de 'normale' psychiatrische klachten valt omdat de meeste psychiatrische klachten voor het 30-ste levensjaar duidelijk worden.
- ...terug naar de tekst
![]()
- ***)psychische vermoeidheid
- Onderzoek door het CBS in 1998 geeft aan dat zo'n 10% van de werknemers psychische vermoeidheid aangeeft.
- ...terug naar de tekst
![]()
Auteur (Copyright): Hans R. J. West
These pages, and all contents, are Copyright © 1996-2005 by
(New Media), Utrecht, Holland.
All rights reserved.
| Wegwijzer op deze HelpDisk |
![]() HelpDisk.nl |
|
| Home-page van deze HelpDisk | ||
| Inhoudelijke vragen |
inhoud: Hans
R.J. West
layout: H@ns
Copyright & Disclaimer , 20010106